Paaswake

De Paaswake begint op het kerkplein, ‘s avonds in het donker. Het is Stille Zaterdag. Wat valt er nog te zeggen na die kruisiging op Goede Vrijdag? Over, einde, uit? Het is in het donker dat we in vertrouwen uitzien naar het licht, het leven.

Enkele momenten van de viering.
Buiten bij de vuurkorf wijdt de priester de nieuwe paaskaars, teken van het licht van Christus. Op de kaars staan afgebeeld de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste letter van het Grieks alfabet. Alfa en Omega, zo wordt Christus genoemd. Begin en Einde. Hij omsluit onze geschiedenis.

De priester draagt de paaskaars de donkere kerk binnen en zingt daarbij drie keer ‘Licht van Christus’ en de aanwezigen antwoorden: ‘ God, wij danken U.’ Met het licht van de paaskaars zullen alle kaarsen worden aangestoken en wordt het donker in de kerk al meer weggedreven.

In de lezingen horen we over de schepping, de doortocht door de Rode Zee, woorden van een profeet en nog enkele Schrift-gedeeltes. Teksten die de geschiedenis en deze paasnacht met elkaar verbinden.

In elke paaswake is er ook aandacht voor de doop. Water verwijst naar zowel dood als leven. In de doop gaat de dopeling symbolisch door de dood naar het nieuwe leven. Maar ook als er in de wake geen dopeling is, wordt iedereen herinnert aan zijn/haar doop. Worden doopbeloften hernieuwd en besprenkelt de priester de aanwezigen met doopwater.
En dan gaan de lichten weer aan, klinken de klokken buiten en wordt het “Gloria’ uit volleborst gezongen! Alles is gericht op de opstanding van Jezus uit de dood. Dat horen we natuurlijk in de evangelielezing. En we roepen het elkaar toe: Christus is verrezen! – Hij is waarlijk opgestaan!

En dan, na de viering, op het kerkplein, lijkt het feest verder te gaan. Handenschudden, zoenen: iedereen wenst de ander ‘een zalig Pasen’ of ‘gezegend Pasen’. Het licht nemen we mee naar huis.