Vastengroet 2009

Gedenk, mens!

“Gedenk mens dat je stof bent…”  De liturgie van aswoensdag kent geen gêne. Het askruisje op ons voorhoofd of de as uitgestrooid boven ons hoofd vormen het expressieve uitroepteken bij deze niet verhullende woorden. Een confrontatie die je depressief maakt? Toch niet, eerder een voorzorg want je zou het kunnen vergeten zijn:  dat je gewoon mens bent. En precies dat is oorzaak van veel ellende, in het persoonlijke leven maar ook in de maatschappij en in de wereld. Al die mensen die zichzelf halve en hele goden zijn gaan vinden: het zijn de kleine en de grote dictators die er alles aan gelegen is hun te grote ego overeind te houden.

Gewoon mens zijn, dat is van deze aarde zijn. Uit deze ‘humus’, uit dit stof, gemaakt. Het woord ‘humus’ komt uit het latijn en je vindt het ook terug in ‘humilitas’, wat ‘nederigheid betekent. Nederigheid heeft dus niets te maken met het gewild onderschatten van jezelf, maar met ‘van hier beneden zijn’ en niet van ‘van daar boven’ dus. Mensen horen hier beneden thuis: dat is hun biotoop, daarvoor zijn ze geschapen. Het is trouwens dom deze humus waarop je gedijt te ontvluchten, want dan vervreemd je jezelf van je natuur. Deze humus van driften en behoeften, gevoelens en verlangens, gedachten en visies, lichaam en psyche…uit die humus zijn we gemaakt! Gedenk mens dat je van stof bent!

Als mensen dát gaan bedenken, dan krijgen ze ook oog voor elkaar. Aswoensdag is daarom ook een ‘actie’ tegen individualisme en voor saamhorigheid: we zijn toch allen uit dezelfde klei getrokken? Aswoensdag wil de mensenwereld opnieuw tot een gemeenschap maken! Heerlijk is het om samen gewoon mens te mogen zijn! Er valt zoveel schijn weg en zoveel drukdoenerij, zoveel hysterische opsmuk en zoveel dwaze spierballentaal. Vertrouwen wordt opnieuw mogelijk. En juist in deze crisistijd leren we dat vertrouwen zelfs voor de economie wezenlijk is. Geen welvaart zonder het basisvertrouwen dat we elkaar kunnen rekenen!

Maar er is nog meer dan de humus. Het tweede scheppingsverhaal vertelt verder dat God, gezeten bij dat hoopje aarde wat de mens zou moeten worden, hem de levensadem in de neus blies…Zo werd de mens een levend wezen! (Gen. 2,7) Humusmensen met Gods’ adem in het lijf: dat maakt dan weer het verschil. Niet dat die Adem ons vervreemden zou van de klei, maar het maakt dat klei-bestaan meteen wel heel anders. Door die Adem komt de klei “van  driften en behoeften, gevoelens en verlangens, gedachten en visies, lichaam en psyche” meteen in een ander licht te staan. De klei is niet langer een richtingloze grondstof, het is geworden tot be-zielde mens. Mensen kunnen namelijk liefhebben en dát maakt het verschil! Daarvoor moeten ze hun humus niet verloochenen, integendeel, de humus is nodig om Gods’ adem te ‘bevatten’. Maar God ademt onze humusnatuur open en maakt dat we lief kunnen hebben. Liefhebben begint bij de humuslaag van ons bestaan, maar het houdt er niet bij op. Liefde verandert een mens, het leert dat een mens niet samenvalt met de klei waaruit men gemaakt is, maar boven zichzelf uitgetild kan worden. De mens is van klei en van adem tegelijk en dát maakt het leven pas echt de moeite waard.

De mens is van klei en adem tegelijk! Dat willen we u meegeven als groet bij het begin van deze vastentijd. Er is niets mis met de klei waaruit we gemaakt zijn,maar dat betekent niet dat er reden zou zijn om onze adem te vergeten. De vastentijd is een tijd om tegelijk goed te aarden én diep  adem te halen. Het is een tijd van met beide benen op de grond staan en van speuren naar de be-zieling van ons bestaan. Opdat we het leven en de liefde in ons weer zouden voelen ontwaken. De be-zieling maakt dat we straks enigszins iets kunnen bevatten van de liefde van de Man van het Kruis én van Zijn verrijzenis. Ook Hij was van klei, maar viel er niet mee samen.

Een inspirerende vastentijd toegewenst,
Joris, Aartsbisschop van Utrecht
Dirk Jan, Bisschop van Haarlem