Dat stukje jou in onszelf, God.

Zondag jl was de derde thema-startzondag van dit jaar. Aartsbisschop Joris Vercammen hield zijn preek naar aanleiding van de evangelielezing uit Marcus 13 vers 24 tot en met 37.

Zusters en Broeders,
9 op 10 november 1938: de “Kristallnacht”: het openlijke begin van de door de overheid georganiseerde jodenvervolging. Mensen hebben behoefte aan vijanden en die maken ze dan! Vervolgens ontlenen aan de eigen fantasie het recht om op de vermeende vijand de boosheid om de eigen situatie te koelen. Het is het principe van elke vervolging. Denk maar aan de genocide in Rwanda of – op kleinere schaal maar toch – de vervolging van de christenen in Orissa in India die in de maand oktober het nieuws haalde, of denk aan wat er nog alle dagen aan wreedheden voorbijtrekt in het Joegoslaviëtribunaal.

Etty Hillesum, de jonge joodse vrouw uit Amsterdam die uiteindelijk ook slachtoffer van de Nazi-vernietigingsmachine zal worden – schrijft in ergens in 1942 in haar dagboek: “Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken. Ik zal je een ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen voor de toekomst niet als even zovele zware gewichten aan de dag van heden hangen,maar dat kost ene zekere oefening. (…) (Maar) dit ene wordt mij steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen we onszelf. En dit is het enige wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar het op aankomst: een stukje jou in onszelf, God. En misschien kunnen we ook eraan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat je ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning waarin jij huist tot het laatste moeten verdedigen. Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels in plaats van jou, mijn God. Er zijn mensen die hun lichaam in veiligheid willen brengen die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen. En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen. En ze vergeten dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is.”
(Etty Hillesum, Het verstoorde leven. Bussum, 1983, blz. 131-132)

In het evangelie van deze eerste zondag van de advent ontmoeten we eveneens christenen die het slachtoffer geworden zijn van de woede van anderen. Ze worden vervolgd om hun geloof, want dat geloof ontneemt anderen de eigen zekerheid. De christenen zijn immers dissidenten en die krijgen vaak de schuld voor alles wat er mis gaat. Ze werden het slachtoffer van andermans’ behoefte aan een vijand.  In dit stukje van het evangelie horen we hoe ze elkaar toespreken en moed geven. Ze doen dit in een (apocalyptische) geheimtaal, een codetaal, die alleen voor insiders te begrijpen valt en die meteen de gemeenschapszin onder elkaar versterkt. Midden het geweld van de vervolging roepen ze elkaar toe dat de Mensenzoon (de ‘Gezondene van God’) uiteindelijk zal triomferen over alle ellende. Wij zouden zeggen: het goede, de liefde, de vrede zal het halen op al wat kwaad is en op al wie kwaad wil. En we voegen eraan toe dat God zelf daar de hand in heeft, want zo ervaren we het.

Ook al voelen die christenen van Marcus zich aan hun lot overgelaten, toch menen ook zij te ervaren dat de kracht van Goede sterker zal zijn. Natuurlijk is er geen god die alles ‘even’ ten goede zal keren. Er is geen gemakkelijke oplossing. God is als die Heer die naar het Buitenland vertrokken is. Of zoals Etty Hillesum het zegt: jij kan ons niet helpen, wij moeten jou helpen; en dan bidt en hoopt: dat de woning van God in onszelf niet vernietigd wordt.
Etty Hillesum weet hoe spannend een en ander is. Spontaan is ze er niet zo zeker van dat die woning overeind blijft als ze ziet hoe mensen compleet in de ban lijken te zijn van nutteloze en waardeloze bekommernissen…alsof een stofzuiger of een zilveren bestek er nog toe doet!

De eerste christenen zijn overtuigd dat ‘God’ midden de ellende wel overeind zal blijven. Ze doen het voorkomen alsof die overwinning van God een zaak van de meest elementaire logica is:
Neem nu een vijgenboom, wanneer zijn twijgen weer zacht worden en kleine blaadjes te voorschijn komen…dan is de zomer nabij! Dat is de logica van de natuur zelf.  De ellende die we nu meemaken is als het zwellen van de twijgen en het botten van de bladeren van een boom, zeggen de eerste christenen tegen elkaar. Het is als met de weeën van een vrouw die een kind zal baren: de ellende zelf zegt dat het niet lang meer zal duren! Op deze wijze kán het niet verder – alhoewel het kwade geesten vaak ook niet aan creativiteit ontbreekt! – maar verandering kan niet lang meer op zich laten wachten!

Let maar op! Kijk goed, vecht tegen de slaap, blijf wakker! Dat is het hoge woord van deze evangelielezing. Geef je niet gewonnen aan de vele ‘slaapverwekkers’ die je afhouden van wat belangrijk is. Dat is de centrale opdracht. Wees je er toch van bewust waar het nou eigenlijk echt om gaat. Toch niet om stofzuigers en zilveren bestek! En zoek er dan naar hoe het echt belangrijke wel gebeurt, wel doorgang vindt, ondanks alle elllende…

In de context van het evangelie van Marcus kan het niet anders dan dat deze oproep je rechtstreeks leidt naar de Hof van olijven waar de leerlingen – midden het geweld waarvan de Heer het slachtoffer is en midden Zijn strijd om overeind te blijven – wel in slaap vallen. Het ligt zo voor de hand, het lijkt zo normaal, het is zo gemakkelijk…Maar de leerlingen mogen dan wel in slaap gesukkeld zijn, de Heer zelf is daarentegen wakker gebleven en heeft  – met de woorden van Etty Hillesum – dat huis van God in zichzelf tot de laatste snik verdedigd en het is overeind gebleven. Dat edele in zichzelf dat alleen door een wakker en helder oog kan ontwaard worden, die kern van zijn bestaan die hem en alle mensen in de juiste context plaatst: dat ze bestaan om lief te hebben…ook midden de ellende van een geweldadige dood is die kern in Jezus overeind gebleven. De grijpende klauwen van degenen die hem naar het leven stonden waren niet te ontwijken, maar de omhelzing door Degene die Jezus aansprak als Vader –  ‘Abba’ en dat is : ‘mijn papaatje, lief vadertje’ – was eveneens deel van Jezus’ ervaring. ‘Vader in uw handen beveel ik mijn geest’, zijn Jezus’ laatste woorden in het evangelie van Lukas.

Jezus was dus vrij genoeg om zich door de ellende, zelfs door het eigen lijden niet te laten verblinden. Niet dat dat lijden daarmee gerelativeerd zou worden alsof het er niet zou toe doen, alsof het opeens minder belangrijk zou zijn – dat zou een kwalijke ontkenning betekenen met als enig gevolg dat degenen die te lijden hebben er alleen maar eenzamer op worden – maar er is meer dan lijden en daarom hoeft de vervolging niet het laatste woord te hebben. Midden in de vervolging is er namelijk wat te doen: het redden van Gods’ woning in ons binnenste. En de waakzame mens heeft dat door en ‘weet’ ook dat dat haalbaar is. Het gaat erom om integer te blijven, ook als je door anderen onrecht wordt aangedaan. Het gaat erom dat je niet helemaal in beslag wordt genomen door je boosheid omdat je gedwarsboomd wordt door ziekte of andere tegenslag. Jij kunt ons niet helpen. God, bidt Etty Hillesum, wij moeten jou helpen en daarmee helpen we onszelf. Door te strijden voor onze integriteit bouwen we aan een perspectief in uitzichtloze situaties, voor ons zelf en voor anderen. Daarmee bouwen we aan het Koninkrijk en zijn gerechtigheid! Aan een nieuwe wereld dus waar ellende geen vat meer heeft op mensen omdat ze ‘weten’ dat in hun binnenste een kern te vinden is die reeds gered is, een kern van goedheid, die een oneindige diepte heeft en hen verbindt met de Algoede.

Vrijheid: daar komt het op aan. De vrijheid om niet met stofzuigers en zilveren bestek dienen bezig te zijn – niet met de gevolgen van de kredietcrisis voor onze toch nog rijke portemonnee bijvoorbeeld- maar met het huis van God in onszelf en in onze wereld, met de liefde van God die in onze wereld gekomen is.
“In Jezus is de geschiedenis geïnjecteerd met de liefde van God”, sprak Aartsbisschop Romero van San Salvador zijn vervolgde armen toe in 1972. We kunnen dus niet doen alsof er we er geen weet zouden van hebben. Integendeel, we kunnen de vrijheid nemen om het standpunt van die liefde in te nemen en van daaruit onze wereld, ons leven, onze medemensen bekijken en benaderen…Daar gaat het om: om de vrijheid om Gods’ eigen standpunt in te nemen ten aanzien van wat er allemaal gebeurt…Wat zou God daar nou van denken? En dat klinkt nog wel abstract, maar het wordt vast een stuk concreter als je je de vraag stelt hoe je mensen en gebeurtenissen in het licht van het evangelie dient te bekijken. Dát is het wakker-zijn waartoe we worden opgeroepen, dát is de kritische zin die de Geest in ons wil wekken. Opdat we aan integriteit zouden winnen, meer uit een stuk zouden zijn en ons alleen nog maar zouden laten domineren door de dingen die echt belangrijk zijn.

Dan komt inderdaad ‘vervolging’ in een ander daglicht te staan en overigens alles wat je eventueel aan ellende voor de kiezen krijgt in je leven. Er is meestal zoveel reden om slecht te denken en te doen, zoveel reden om de moed en de hoop op te geven, zoveel reden om af te haken…
Geef je echter niet gewonnen aan allerlei slaapverwekkers, gebruik toch je verstand, vecht toch tegen de slaap, blijf toch kritisch…vermaant het evangelie ons vandaag!
Want – en ik voeg om te eindigen nog een citaat van Augustinus toe:
De mensen zeggen: de tijden zijn slecht, de tijden zijn zwaar.
Laten wij goed leven en de tijden zullen goed zijn.
Want de tijd, dat zijn wij, en zoals wij zijn, zo zullen ook de tijden zijn.
Slechte mensen maken de wereld slecht.
Laten we dus goed leven en de tijden zullen goed zijn.

Ik wens u allen een gezegende adventstijd.
+ Joris Vercammen.