Smáakt het en ziet!

Ergens halfweg Brussel en Luxemburg in de belgische Ardennen is het klooster van de Heilige Kruisverheffing te vinden, beter bekend als de abdij van Chevetogne. Het is een internationaal Benedictijns klooster toegewijd aan de eenheid van de christenen. Elk jaar gaat pastoor Leen Wijker een aantal dagen naar het klooster toe en elk jaar nodigt hij anderen uit om mee te gaan.

Twee weken geleden vertrok zo’n groepje voor een verblijf van een paar dagen. Een van hen, Rob de Rijk (parochiaan van de H.Adelbertus in IJmuiden), beschreef zijn ervaringen.

” Ik vind het een bijzondere ervaring: deelnemen aan een kerkdienst waar ik praktisch geen woord van begrijp en toch voelen dat er iets aan mij gebeurt. Verstaan met mijn hoofd, dat lukt hier niet, wel verstaan met mijn hart.
De gezangen en gebeden hóren, de rituelen zíen en de wierook rúiken… 
‘Hoe goed de ÉNE is: smáakt het en ziet!’ , zingt psalm 34 daar niet over?

Ik hoor een ‘Kyrie eleison’ , dat begrijp ik! En later in het Slavisch klinkt dit ‘Heer ontferm U’ talloze malen als ‘Gospodi pomiloej’ . Hier zijn de zintuigen en het gevoel dat zij oproepen dé liturgische taal. Weten wat er wordt gebeden is even geen gemis. De eerbied en het ontzag voor God, de ÉNE, wordt voelbaar. En het is niet langer vreemd om voor een icoon te buigen, die te kussen en een kaars aan te steken… 

Dit heb ik beleefd tijdens het weekend in het klooster in Chevetogne. Samen met parochianen uit Hilversum, Arnhem en Amersfoort en gemeenteleden van de Regenboog  (PKN gemeente) was ik vier dagen te gast bij de Benedictijner monniken.

Kennismaken met die andere deelnemers bleek een makkelijke opgave, ik vond iedereen toegankelijk. Het werd mij duidelijk hoe intens de Byzantijnse liturgie door sommige groepsgenoten werd beleefd. Andere groepsgenoten waren net zo eerlijk. Teveel ritueel kan afleiden. Zij voelden zich vooral aangesproken door de diensten in de Latijnse kerk. Wat mooi dat ieder zo zelf ontdekte in welk Liturgisch Spel zij of hij het beste mee kon doen.
Na de Completen hadden we graag wat langer nagepraat en meer ervaringen gedeeld, maar de regels in het gastenverblijf (buiten het klooster) waren daarvoor te streng: stilte en op tijd naar de kamer!

Vóór de Goddelijke Liturgie op zondagmorgen konden we op een briefje de namen schrijven van hen die wij in een voorbede wilden opnemen. Daar leg je dan een offerbroodje bij. Pastoor Leen schreef op één briefje ‘Dick’, want de uitslag van de bisschopsverkiezing was over de Belgisch-Nederlandse grens bekend geworden!
Tijdens de eredienst kun je die voorbede niet horen, maar na afloop wel zíen… uit dit broodje (een prosfoor) dat je mee mag nemen, mist een driehoekje. Dat heeft de priester er biddend uitgesneden.

Het weekend in Chevetogne heeft mij vooral de religieuze taal doen verstaan van de zintuigen en het gevoel. En uit de ervaringen en door de verhalen van mijn groepsgenoten word ik er mij opnieuw van bewust dat God, de Oneindige, niet slechts in één taal kan worden verstaan. Wordt het bijna Pinksteren? “