In zeven bochtjes…

Koster Wim Kirchjünger stopt met kosteren

De afspraak voor ons gesprek valt in de week voor kerst, een periode waarin de agenda van een koster behoorlijk vol is. Extra vieringen, meer mensen in de kerk, versieringen, kerststal… Maar zelfs in deze drukke week neemt Wim graag de tijd om te vertellen over zijn jaren als koster in de kerk.

Met zichtbaar plezier en puttend uit vele herinneringen vertelt hij over zijn eerste kennismaking met de Oud-katholieke kerk. Dat was tijdens de militaire dienst waar hij goed contact had met een OK-aalmoezenier. Toen Wim enige tijd later in Hilversum – onderweg naar een andere kerkdienst – op het Melkpad fietste en de OK-Vitus ontdekte, is hij daar afgestapt. Anno 2008, zo’n 4  decennia later, is hij nog steeds in die kerk te vinden en nu neemt hij afscheid als eerste koster. De parochie en hij kunnen terugkijken op zo’n dertig jaar zorg voor het huis van de Heer.

Hoe word ik koster?
Door de pastoor van destijds, Niek van Ditmarsch, werd Wim in 1972 gevraagd om de vacature van koster in te vullen. De kwaliteiten van de toekomstige koster waren al bekend omdat hij al enkele jaren beheerder was van het Verenigingsgebouw, de voorloper van De Akker.

Een cursus’ hoe word ik koster” was er niet en het waren pastoor en mevrouw Van Ditmarsch die Wim de kneepjes van het vak leerden. Een degelijke opleiding was het: ” Alles behoorde tot in de puntjes verzorgd te worden.  Zo moest ik bij het klaarleggen van de kleding voor de priester er goed op letten dat de cingel (het koord dat als een gordel om de albe wordt gedragen – red.) in precies zeven bochtjes op de stola moest liggen. Zeven, het getal van de volheid. “

Toewijding
Toewijding en zorgvuldigheid zijn voor Wim belangrijk. De kosterstaak kent natuurlijk heel veel praktische kanten en regelwerk, maar het doel van al het werk, het dienen van de Heer in deze, geeft grote betekenis.
Door de jaren heen zijn er veranderingen binnen en buiten de kerk geweest. Zaten eind jaren zestig de mannen (achterin) en vrouwen (voorin) nog gescheiden tijdens de viering (op, jawel, betaalde plaatsen!), in de jaren zeventig begon men gewoon te raken aan een gemengde samenstelling van de kerkbanken. De aanwas van mensen van buitenaf heeft hier zeker een positieve invloed op gehad. Het was ook in de jaren midden zeventig dat meisjes misdienaars mochten worden; de dochters Margreet en Nicolien van de pastoor hadden de primeur in OK-Hilversum.

Misdienaars en misdienen hebben een grote plek in Wim’s hart. Graag verzorgt hij de kleding, bijvoorbeeld dat er voldoende albes in diverse lengtes klaarhangen. Misdienaars Emiel en Maarten (10 jaar) zijn nu eenmaal nog minder lang dan hun collega’s Bart en Martijn (allebei 19)!

Pantoffelsacristie
Dankzij Wim spreken we nu ook over de ‘pantoffelsacristie’, de ruimte waar in allerlei maten zwarte pantoffels staan. Hij zorgde ervoor dat er pantoffels van één kleur zijn om op het altaar de wirrewar van fel witte of gifgroene sportschoenen, gehakte laarzen of rode pumps onder de albes te vervangen. Ook aanwezig in de pantoffelsacristie: zwarte sokken…
Behalve bij de aankleding helpt Wim de misdienaars ook met aanwijzingen en geeft hij uitleg. Bij een tekort aan misdienaars (oa tijdens de zomermaanden) vindt Wim het fijn om zelf te mogen dienen op het altaar.

Het kosterswerk wordt doorgaans door meerdere mensen gedaan, want het aantal uren dat in deze taak gaat zitten, kan behoorlijk oplopen. Erwin, de zoon van pastoor Van Ditmarsch, vroeg Wim eens in alle ernst: ” Zullen we hier een bed voor u neerzetten?”  In de beginperiode toen Wim overdag zijn baan als typograaf bij de Gooi en Eemlander had, assisteerde Rijk de Meijere bij de huwelijks- en overlijdensmissen doordeweeks. De samenwerking, waarbij Rijk de eerste koster werd (het woord hoofdkoster gebruikt Wim liever niet), heeft veel jaren geduurd.  Vanaf 2000 nam Wim de taak van eerste koster over en momenteel voert hij een kostersteam van vijf man/vrouw aan. Het inwerken en opleiden ligt nu niet meer bij de pastoor, maar bij de eerste koster. Handleidingen en draaiboeken zijn gemaakt, maar vooral het doen en de uitleg daarbij helpen aankomende kosters met hun werk.

Opruimochtend
Na de zondagviering begint Wim op maandag met een opruimochtend. Alles wordt weer op z’n plek gelegd, de kazuifels gaan schoon de kast in, vloer en meubilair ondergaan een inspectie op kaarsvlekken. Ook moet de voorraad van hosties en wijn worden bijgehouden en van al die kaarsen in verschillende lengtes en diktes moeten er voldoende zijn. Regelmatig bracht Wim een bezoek aan de Abdij van Egmond of de kaarsenfabriek in Zwolle om de kaarsen voor de kerk uit te zoeken. De grote paaskaars bijvoorbeeld. Vanwege een afwijkende maat van het pingat op de kandelaar kostte het nog wel eens moeite om in de Paaswake een passende paaskaars te hebben.


Van ‘buitenaf’

De parochianen zien de kosters meestal aan het werk rondom de zondagse vieringen, maar de kerk wordt voor meer gebruikt. Regelmatig wordt de kerkruimte gevraagd voor het geven van concerten, voor tv- of geluidsopnames, voor een huwelijksviering van iemand ‘van buitenaf’. Wim zorgt samen met zijn vrouw Nel voor dergelijke gebeurtenissen. Hiervoor blijven zij ook graag zorgen. “We willen graag een gastvrije kerk zijn en deze ruimte delen met anderen, maar dat betekent niet dat de kerk als ‘zomaar een zaaltje’ voor van alles te huur is. Natuurlijk willen we weten waarvoor men de kerk wil gebruiken. En, wijs geworden door eerdere ervaringen, vragen we het toekomstig bruidspaar ook altijd naar de naam en de gegevens van de voorganger. Niet alleen ter controle, ook voor overleg over de viering en eventueel gewenste assistentie.” Na de trouwdienst zorgt Nel voor een kaars met de afbeelding van de kerk, feestelijk verpakt in witte tule, als een aandenken.
Tijdens de voorbereidingen voor bijvoorbeeld concerten is Wim ook altijd aanwezig. Om de opbouwers van dienst te zijn, maar ook om in de gaten te houden of er met respect in de kerkruimte wordt gewerkt. Doorgaans gaat het goed en blijft bijvoorbeeld schreeuwen of een broodje weghappen onder de preekstoel achterwege. In overleg kan er best met meubilair geschoven worden, maar de dirigent die vroeg of de Godslamp wegmocht, kreeg nul op het request. Wim: ” De altaarruimte is voor mij een heilige plek, daar ligt een hoge drempel voor aanpassingen.”

Vrijwillige tijd
Zo’n omvangrijke kosterstaak, goed voor een werkweek van 10 – 20 uur, is dat nog wel als vrijwilligerswerk te doen? Wim: “Zes jaar geleden ben ik gestopt met werken bij de krant en kon ik meer tijd steken in dit werk. En, nogmaals nadrukkelijk gezegd, we doen het met elkaar, met de kostersgroep en de extra activiteiten met hulp van Nel. Dat, maar ook waar je voor werkt of liever voor Wie je mag werken, dat maakt dit kosteren zo mooi om te doen. Veel werk blijft voor een kerkganger ongezien, maar wanneer een viering goed verloopt in een mooi verzorgde kerk, dan zit daar de beloning in!”

Reflex
En dan nu, januari 2008, stopt Wim met dit werk en zal hij als ‘gewoon’ parochiaan op zijn plaats zitten. Dat zal zeker in het begin wennen worden; de reflex om continu alert aanwezig te zijn, klaar om in te grijpen wanneer nodig, zal enige tijd nodig hebben om te slijten. Toch meent Wim dat nu voor hem de tijd gekomen is om afscheid te nemen als eerste koster. ” Het is goed om na al die jaren ruimte te geven aan nieuwe impulsen. En ik vind het ook heel fijn om meer tijd te kunnen hebben voor bijvoorbeeld onze vier kleinkinderen!”
Wat hij het meest zal missen? ” Het alleen in de kerk zijn en vol aandacht het werk mogen doen. Die ruimte en die rust zijn zo waardevol! Wie ik ook zal missen zijn de andere kosters en de misdienaars!”
 

 

 

 

 

 

 

 

 
grijs geworden… of geblesseerd…

 

 

 

maar altijd op zijn plaats!