Voorbeden op de eerste zondag van de Advent

Voor als de moed ons in de schoenen zinkt, en we de hoop verliezen dat het er ooit nog echt van zal komen.
Voor als het vooruitzicht alleen maar storm en regen brengt en de lente nog zover weg lijkt.
Voor als de kranten niets te melden hebben over dat komende rijk van u.
Als alle voortekenen uitblijven en elk uitzicht verbleekt. 

Voor als we moe zijn van het hopen.
Als ziekte en armoe en dood toch altijd winnen.
Als onze armen te kort zijn er iets aan te doen
en onze adem te dun om het vol te houden.

Voor als we niet meer geloven kunnen in vrede in het Midden-Oosten,
ook niet als alle leiders weer eens bij elkaar gekomen zijn
bidden wij, tegen onze hopeloosheid in, dat de toekomst van u is
zo bidden wij:

Voor als de liefde ons ontbreekt
en we merken dat het alleen nog neerkomt op plicht en werk en routine
Voor als we de woorden niet meer hebben om anderen op te beuren en optimistisch te zijn.
Als de woorden ontbreken om zelfs nog te bidden, omdat we niet meer kunnen denken dat er iemand luistert.
bidden wij, met ons harde hart, dat u het opnieuw zult vullen met liefde
zo bidden wij:

Voor als we cynisch zijn geworden en bitter over wat ons is aangedaan.
Voor als we ons schuldig voelen over wat we anderen hebben aangedaan
en we de taal niet meer spreken om het goed te maken.
Bidden wij, tegen onze bitterheid in, dat u ons nieuwe woorden zult leren.
zo bidden wij:

En voor allen die in ons hart meedragen, bidden wij in stilte dat, al lijkt het tegen beter weten in, uw rijk mag komen
zo bidden wij: