Dorre bladeren en een boomstronk

De altaarruimte is in de weken voor Kerst sober; weinig kaarsen en de bloemen ontbreken. Wel ligt een grote, grillige boomstronk omgeven met bruine bladeren voor het altaar.

De schikking verwijst net als de lezingen in de Adventstijd naar de duisternis, maar ook naar de beloofde Messias, de Vredevorst. Een tijd van bezinning en bekering, gericht op de toekomst.

De boomstronk verwijst naar de stamboom van Jesse waaruit onze Heiland geboren is. Dorre bladeren “omdat wij allen zijn als bladeren verwelkt; de wind van onze zonden blaast ons weg” (Jes. 64: 5).

Gaande de weken zal de schikking lichter worden omdat wij toeleven naar het licht van Kerst.