Hoeveel mensen heb je nodig om een kerk te vullen?

Woensdagavond. Een stille kerk. ‘Een half uurtje meditatief moment’, hadden we het geadverteerd. En maar liefst twee mensen waren er op af gekomen… Bummer. Dacht ik. Drie mensen om welkom te heten, teksten voor te lezen en een paar liedjes te begeleiden op piano. Vijf mensen in een grote kerk. Verdwaald.

Tijdens de voortgang werd het buiten donker, en binnen dus ook. Trok de kaars die als enige in het midden stond meer aandacht naar zich toe en verdiepten zich de stiltes die vielen.

Op reis van palmzondag naar witte donderdag. Jezus in Jeruzalem. Ruzie zoekend en krijgend. Aarzelend zingen: ‘Midden onder u staat hij die gij niet kent’ (Wil degene die Huub Oosterhuis naar de zijlijnen van de liturgie probeert te dwingen, zelf alsjeblieft zijn biezen pakken?)

En wat zegt hij dan, die midden onder ons staat? “niet u hebt mij, maar ik heb u uitgekozen”. En vijf mensen wordt een massa, en in de stilte klinkt het leven.

“Mooie dienst”, zegt een van de twee bezoekers en van de ander komt een mooi-vriendelijke knik ten afscheid. Hoeveel mensen heb je eigenlijk nodig om een kerk te vullen?